| Het kaatsspel wordt gespeeld tussen 2 teams. Iedere ploeg bestaat uit 5 spelers :
2 koordspelers,1 kleinmidden, 1 grootmidden en 1 achterman. Tevens mag 1 reservespeler voorzien worden in de nationale reeksen. Ploeg A aan de opslag moet de bal met de blote hand zo ver mogelijk over de middenlijn slaan. De spelers van de opslagploeg moeten om beurt in een voorop vastgestelde volgorde opslaan.In de volgende gevallen kan deze ploeg een strafvijftien oplopen : buiten het zift opslaan / de bal verliezen bij het opslaan / voor de koordlijn serveren / voor zijn beurt opslaan / naast de zijlijn serveren / de bal bij de opslag tweemaal raken... Ploeg B in de terugslag moet trachten de bal zo ver mogelijk terug te kaatsen, dit gebeurt met een kaatshandschoen,rechtstreeks of na de eerste bots. Een verlies van '15' onstaat als : een keerder zich over de overlijn bevindt / de bal buiten de zijlijnen gekeerd wordt / de bal de overlijn overschrijdt (overleveren) / obstructiefout van een medespeler (bal op lichaam). De bal kan op deze manier heen en terug geslagen worden tot een van de ploegen een fout maakt of tot er een kaats gelegd wordt. Wanneer de bal tweemaal botst wordt er een kaats geplaatst. Dit wordt herhaalt tot er een tweede kaats ligt. Dan wordt er door de ploegen van kamp gewisseld. Nu moet de ploeg aan de opslag trachten de bal voor de kaats te stoppen. In de competitie wordt naar 15 spellen gespeeld. Voor de tornooien (met drie of vier ploegen) wordt naar 7 spellen gespeeld. De puntentoekenning gebeurt ongeveer zoals bij tennis. |